Select Page

‘Met een knoop in mijn maag betrad ik in september 1988 de grote collegezaal van het gebouwencomplex aan de Kaiserstraat. Als kersverse student Biologie dacht ik op deze sombere eerste dag maar één ding: kan ik dit wel? Van Bruggen voedde mijn angst door tijdens het eerste college “Inleiding tot de classificatie van het dierenrijk” de ene na de andere Latijnse soortnaam op het bord te krijten.

Hoe markant ook, het waren geen architectonische hoogstandjes, het blauwe gebouw langs de singel uit 1962 en het naastgelegen veertig meter hoge Van der Klaauw Laboratorium uit 1957. Ze hebben de tand des tijds niet overleefd, maar staan nog recht overeind in mijn geheugen. De gapende leegte biedt tegenwoordig een vertederend doorkijkje naar de Sterrenwacht. Maar voor mij versterkt dit braakliggende terrein vooral het besef dat de tien meest vormende jaren van mijn leven op deze plek hebben plaatsgevonden. Het Torengebouw aan de Kaiserstraat 63 was mijn thuis. Eerst als student, waar ik in 1989 mijn eerste liefde Saskia leerde kennen en even later mijn andere liefde, diermorfologie. Ik kwam bij deze vakgroep voor mijn afstudeeronderzoek in 1991 en vond er een soms dysfunctionele maar vooral hechte familie.

Kort voor mijn afstuderen in 1993 voerde ik hier mijn eerste sollicitatiegesprek, gekleed in een speciaal voor de gelegenheid gekocht groen colbert met gele das. Biologenchique. Ik mocht bij mijn morfologenfamilie blijven voor promotieonderzoek. Veel heeft dat onderzoek niet opgeleverd, in ieder geval geen promotie. Wel trad ik veelvuldig op in afscheidsfilmpjes voor collega’s. Mijn glansrol was die van doorgedraaide promovendus. In witte schmink zat ik op een vriezer in de kelder van het Van der Klaauwgebouw, kluivend op een bevroren duif, een voormalig proefdier.

Uiteindelijk school er een journalist in mij, geen wetenschapper. Ik werk nu aan de TU Delft als hoofdredacteur van Delft Integraal en Delta. Maar daar liggen niet mijn fundamenten. Die liggen hier, of moet ik zeggen lagen? Er zat veel van mij in die vernielde stenen, maar wat ik hier heb geleerd adem ik nog elke dag.’

(Frank Nuijens, Biologie, 1988)

Verschenen in Leidraad najaar 2014Leidraad_1_2014