Select Page

Als u net als ik regelmatig op Twitter zoekt op de woorden ‘science journalism’, zult u zich soms verbazen over de hoeveelheid felle kritiek die in Twitterland op de wetenschapsjournalistiek wordt geleverd, stelt hoofdredacteur Frank Nuijens van het universitaire weekblad Delta (TU Delft). ‘Vaak vermakelijk, maar soms ook choquerend. Het laat zien dat niet alle wetenschapsjournalistiek gelijk is, en dat is een teken des tijds. Niet alle journalisten die over wetenschap schrijven, zijn daadwerkelijk wetenschapsjournalist. Vaak betreft het algemeen georiënteerde journalisten die, al dan niet uit noodzaak, de opdracht krijgen om een artikel over wetenschappelijk onderzoek te schrijven.’

De nieuwsmedia staan onder hoge druk: de inkomsten zijn teruggelopen, er wordt in budgetten gesneden en journalisten worden ontslagen. Helaas zijn het vaak de specialisten die hun baan kwijtraken, wat eigenlijk vreemd is. Juist met gespecialiseerde inhoud kunnen tijdschriften en kranten concurreren binnen een niche, iets wat met algemeen nieuws niet zal lukken.

Toch gaan de media vanwege bezuinigingen soms over tot zogenaamd ‘churnalism’: het zonder verdere controle publiceren van persberichten afkomstig van de steeds groter wordende pr-afdelingen van universiteiten en onderzoeksinstellingen. In andere gevallen worden de overgebleven journalisten gedwongen te schrijven over onderwerpen waarin ze niet zijn gespecialiseerd.

Daar staat tegenover dat de behoefte aan deugdelijke wetenschapsjournalistiek nog nooit zo groot is geweest als nu.
Uitzoeken of koeien in de richting van het aardmagnetische veld gaan staan heeft misschien geen ingrijpende gevolgen voor uw dagelijks leven, klimaatverandering en elektrische voertuigen hebben dat wel degelijk. Kennis is de stuwende kracht achter de economieën van de meeste ontwikkelde landen en steeds meer ontwikkelingslanden. De academische wereld schept banen en exporteert producten, zoals technologische innovaties en wetenschappers. Daarom hebben mensen behoefte aan betrouwbare en kritische wetenschapsjournalistiek – nu, en zeker in de toekomst.

Zo wordt de wetenschap in de aanloop naar de komende Amerikaanse presidentverkiezingen opnieuw als joker gebruikt. Sommige kandidaten brengen middeleeuwse standpunten over de wetenschap naar voren om hun achterban aan zich te binden. Het boek Bad Science van Ben Goldacre, een Britse arts die de berichtgeving over wetenschap in de media kritisch volgt, ontbreekt – onterecht – op de leeslijst voor middelbare scholieren. Juist daarom hebben we behoefte aan journalisten met een grondige kennis over wetenschap om feiten van fictie te scheiden.

Waarom moet wetenschapsjournalistiek eigenlijk als specialisme worden beschouwd? Wat is het grote verschil met algemene nieuwsjournalistiek? Om te beginnen moeten wetenschapsjournalisten, net als journalisten die over economie, politiek of sport schrijven, over een bovengemiddelde kennis van hun vakgebied beschikken.

De multitaskende journalist van nu heeft niet de tijd en kennis om elk onderwerp met dezelfde mate van deskundigheid te behandelen. Hoofdredacteuren zullen beweren dat alle journalisten over wetenschap kunnen schrijven; het is gewoon een kwestie van de juiste vragen stellen. Op zich is dat waar, maar om te weten wat de juiste vragen zijn, moet je wel over inzicht in het vakgebied beschikken.

Wetenschap vereist nu eenmaal de nodige uitleg, omdat kennis over de menselijke stofwisseling of de kwantummechanica niet als algemeen bekend verondersteld kan worden. Daarbij is het prettig als een journalist het verschil weet tussen een atoom en een molecuul, correlatie van causatie kan onderscheiden en bekend is met begrippen als p-waarde, het placebo-effect, controlegroepen en gerandomiseerde experimenten. Hij of zij moet begrijpen dat het schrijven over een fase I klinisch onderzoek voorbarig is, dat wat voor ratten opgaat niet altijd voor mensen geldt en dat de meeste voedingsstudies met een korreltje zout moeten worden genomen.

Een goede wetenschapsjournalist leest het wetenschappelijke artikel waar hij of zij over schrijft. Kennis van wetenschappelijke vaktaal is daarbij een must. De journalist moet ook het nieuws in context kunnen plaatsen: je moet aan het publiek kunnen uitleggen wat de draagwijdte van een onderzoek is, je moet het duiden. Essentieel is ook een grondig inzicht in het wetenschappelijke onderzoeksproces. Wij allemaal – ook de journalisten – moeten beseffen dat wetenschap een oneindige zoektocht is en dat geen enkele uitkomst als de ultieme waarheid kan worden beschouwd.

Hoewel voor wetenschapsjournalistiek dezelfde regels gelden als voor elk ander type journalistiek, moet het begrip ‘balans’ anders worden ingevuld. Het is in de journalistieke praktijk wenselijk, en sommigen vinden het zelfs essentieel, dat in een verhaal beide kanten van de medaille gelijke hoeveelheid aandacht krijgen. In algemene nieuwsartikelen krijgen voor- en tegenstanders van een standpunt of beleid evenveel aandacht, maar bij artikelen over wetenschappelijk onderzoek is dat vaak niet zinvol. Uiteraard moet kritiek op een bepaald beleid of onderzoek aan de orde komen, hoor en wederhoor staat niet ter discussie. Maar de ruimte die kritiek krijgt moet proportioneel zijn aan het aantal wetenschappers dat die kritiek deelt.

Een mooi voorbeeld daarvan is de uitgebreide media-aandacht die er de afgelopen jaren is geweest voor klimaatveranderingssceptici. Sommige van die sceptici, die in veel gevallen niet als deskundig konden worden beschouwd, kwamen in het kader van balans in de spotlight te staan, hoewel ze slechts een kleine minderheid vertegenwoordigden. Waarom is dat een probleem? Omdat het gebruik van balans in wetenschapsjournalistiek lezers en kijkers het gevoel kan geven dat een bepaalde kwestie meer omstreden is dan die in werkelijkheid is. Een onafhankelijk rapport over de wetenschapsjournalistiek van de BBC dat afgelopen zomer is verschenen komt tot dezelfde conclusie.

Betere wetenschapsjournalistiek begint met meer en betere opleidingen: opleidingen voor algemene journalisten die over wetenschap willen schrijven, opleidingen voor wetenschappers en studenten die de journalistiek in willen, en opleidingen om wetenschapsjournalisten in staat te stellen meer en betere onderzoeksjournalistiek te bedrijven.
Uiteraard zal dat niet alle problemen oplossen. Er zijn heel wat journalisten die zelfs na een grondige opleiding nog een potje zouden maken van een wetenschappelijk artikel. Ik noem geen namen, want ik stel hun werk erg op prijs: het levert mij altijd weer nieuw lesmateriaal op. Maar de meeste journalisten willen gewoon een goed verhaal schrijven. Hun naam staat er nu eenmaal boven, niet alleen de beroepseer van de wetenschapper die het onderzoek heeft verricht staat op het spel.

Er zijn al diverse kwaliteitsopleidingen opgezet.
Het Knight Science Journalism Fellowship van MIT biedt journalisten de mogelijkheid zich grondig in een wetenschappelijk onderwerp te verdiepen. Dat stelt hen in staat om in de toekomst betere artikelen over dat vakgebied te schrijven. MIT organiseert ook intensieve trainingen gewijd aan een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld voeding, medische bewijsvoering of neurowetenschappen.

Met name in ontwikkelingslanden, waar de invloed van wetenschappelijke ontdekkingen en technologische innovaties steeds groter wordt, is het essentieel dat er wetenschapsjournalisten worden opgeleid. Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als ziektebestrijding, landbouw, waterbeheer, hernieuwbare energiebronnen en de strijd tegen de gevolgen van de klimaatverandering. De World Federation of Science Journalists, waarin 41 verenigingen van wetenschaps- en technologiejournalisten van over de hele wereld vertegenwoordigd zijn, heeft onderkend dat er in ontwikkelingslanden behoefte bestaat aan journalisten die over deze onderwerpen verslag kunnen doen. Men heeft in 2006 onder de naam SjCOOP (Science journalism COOPeration) een begeleidings- en trainingsprogramma opgezet voor journalisten in Afrikaanse en Arabische landen, en dat is een groot succes geworden. SjCOOP is vorig jaar de tweede fase ingegaan voor nog een opleidingsprogramma van drie jaar, en een uitbreiding naar de regio’s Azië en Latijns-Amerika staat op stapel.

Een van de onderdelen van SjCOOP was de ontwikkeling van de eerste online cursus wetenschapsjournalistiek. Deze is voor iedereen beschikbaar, in zeven talen. In deze online cursus komen onderwerpen aan bod variërend van het zoeken naar en beoordelen van wetenschappelijke verhalen en het rapporteren over wetenschappelijke controverses en beleid, tot het omgaan met statistische gegevens en sociale media.

Het bedrijven van wetenschapsjournalistiek vereist bepaalde vaardigheden, en de middelen om deze vaardigheden aan te leren zijn er. Meer universiteiten moeten een universitaire opleiding wetenschapsjournalistiek aanbieden om de volgende generatie journalisten op te leiden. Wetenschap dient een standaardonderdeel van iedere journalistieke opleiding te worden en hoofdredacteuren moeten hun journalisten de gelegenheid bieden om workshops wetenschapsjournalistiek te volgen.

De behoefte aan berichtgeving over wetenschap en technologie zal tenslotte alleen maar toenemen: op de voorpagina’s, in het economiekatern, in de wetenschapsbijlage en in Twitterland.

Dit is een vertaalde versie van Why the world needs better science journalism dat op PBS Mediashift verscheen. Deze versie is gepubliceerd als opinie op Villamedia.

Frank Nuijens is hoofdredacteur van het universitaire weekblad Delta het wetenschapsmagazine Delft Integraal (TU Delft). Daarnaast is hij als gastdocent wetenschapsjournalistiek werkzaam aan deze universiteit.